After the Shaxel
Vroeger dacht ik dat ik gelukkig kon sterven als ik maar een axel kon springen.
De axel bestaat uit máár (/sarcastisch) anderhalve rotatie in de lucht en is hét maatstaf van technische vaardigheid in kunstschaatsen. En weet je wat? Ik kan nu axel springen, weliswaar met een negatieve executiegraad op wedstrijd. Ik ben daar best wel fier op, en tegelijktertijd ben ik ook al lang niet tevreden met wat ik allemaal wel en niet kan doen op het ijs. Grappig genoeg, dit is een niet onbelangrijk deel van de fun voor mij. Altijd meer willen. Succesjes vieren, ja; maar altijd, altijd (en nog een keer daarna) neervallen voordat ik terug opsta voor meer. Gevolgd door nog een nieuwe poging, of het dan wijs is of niet.
Ik vermoed dat dit ook geldt voor vele schaatsers en skaters over de verschillende disciplines. Als we al goed genoeg waren, dan zouden we niet even vaak komen oefenen. Er zijn grote zowel als kleine mijlpalen, en we zijn ze allemaal continu aan het verschuiven. Je kunt nu een zitpirouette? Geweldig. Ga dan dieper. Je kunt die sprong met één rotatie? Voeg er dan nog eentje bij.
Sommige vrienden hebben mij verteld dat deze hobby vreselijk klinkt . En weet je wat? Fair. Maar, vreselijk is het uiteraard niet. Ik leeft noch in een eeuwig staat van ontevredenheid, noch in een van tevredenheid. Maar dat is het dan wél: het is geen noch-noch situatie. Verkrijgen wat je wilt houdt je niet tegen om nog meer te willen.
Het is geen “Ja, maar”, maar eerder een “Ja, en”.
Vijf jaar geleden had ik iemand vermoord (awel, nee, niet echt!) om een lelijke axel te kunnen. Een shaxel, zó noemde ik dat. (Ik ga je zelf laten raden waarvoor de “sh” staat). En dan kon ik een shaxel. Dan ben ik begonnen om de “sh” weg te krijgen. In mijn geval is dat ik de meeste sprongen onderroteer(de). Nu is de proportie van ongeroteerde en geroteerde sprongen een pak verbeterd, maar het is nog heel ver van perfect. Ga ik daar ooit content mee zijn? Ja en nee. Ik amuseer mij kapot elke keer als ik axel spring. Ik heb een klein momentje van binnenpret en denk ik “Hehehe, ik spring axel!” Omdat mijn kinderlijke-ik dat gedroomd heeft, en mijn viertig-plus zelf maakt die droom waar.
Als dat geen bucket-list ding is, dan weet ik het niet meer.
Dus, wat zou er gebeuren als ik plots in bezit zou zijn van alle skating skills, elementen en trucjes die ik wil? Stel je voor dat ik tripel axel kon springen (yo, dit is een beetje fantasie hier, mij niet te hard uitlachen). Of als ik in freestyle slalom plots 20 kegeltjes “toe sevens” kon doen? Of lekker confident cruisen in een skatepark, pump track, half pipe, noem maar op. Wat zou ik doen?
Awel, ik denk dat ik dan één of duizend video’s opneem en dan forceer ik iedereen die ik ken om te kijken. En dan zou ik gewoon…iets anders vinden om op te werken. In de andere richting proberen springen, of in combinatie op een nieuwe manier, enz. In het slalom skaten zou ik werken op achterwaartse seven’s en dan de transities perfecteren tussen voorwaarts en achterwaarts.
En dan zou ik gaan naar een wedstrijd om iedereen te tonen wat ik kan.
Natuurlijk, ik woon in de echte wereld waar ik nog steeds bezig ben met een deftige single axel te springen en ik kan enkel dromen van tripels springen. En ik vind het perfect oké om mee te doen op wedstrijd, wetend dat ik nog veel verbeteringen nodig heb.
“Dit is waar ik nu ben” is mijn doel om te laten zien, niet “Laat mij je tonen waar ik wil zijn”.
De verbeteringen zullen komen. Daarvoor oefen ik en volg les met mijn coach. En zodra ik één doelstelling bereik, dan stel ik nieuwe doelstellingen op, en dan nog eentje daarna. Ik ga nooit aankomen.
Nooit aankomen betekent dat het nooit afgewerkt is.
En dat is gewoon heel mooi.
